Bestuurswissel 2019

Beste Lezer,

Afgelopen maand was eindelijk de datum waar menig lid op zat te wachten, de beruchte bestuurswissel. Het oud-bestuur begon de dag samen met de afgezette Gelaghmeester Luuk Maathuis met een lunch waar teruggeblikt werd op het afgelopen jaar onder het genot van witte trappist, natuurlijk van La Trappe. Nadat we goed in de olie zaten, begaven we ons naar het dispuutshuis om te beginnen aan onze laatste vergadering als bestuur. Nadat de vergadering geopend werd bood het oud-bestuur nog een laatste cadeau aan aan de aanwezige leden. Dit werd onder luid gejuich ontvangen. Nadat het bestuur besloot af te treden kwam het moment dat er een adt interim-bestuur moest worden aangewezen om de wissel in goede banen te leiden.

Unaniem werd het kersverse lid dhr. Keers benoemd voor deze functie. Toen hij de hamer wilde pakken uit de tas van de inmiddels oud-Vaermeester vond hij echter een fles Smirnoff-Ice. Het bleek maar weer dat sjaarzen niet goed kunnen kappen aangezien hij hier 4,2 minuten later nog steeds mee bezig was. Toen ”Knorn” eindelijk zijn fles leeghad zag hij een stapel moties op de tafel voor hem lagen. Vol goede moed wilde hij deze gaan behandelen, maar tot zijn grote schrik was hij de hamer al kwijt. Zijn zoektocht begon goed door de heer Braadbaart BSc te vragen wat hij nu moest doen. Met de gouden tip “de hamer zoeken natuurlijk” op zak ging hij de leden vragen wie de hamer gezien had. Uiteindelijk werd er een compromis gesloten: de Interim Vaermeester kreeg de hamer terug voor het kappen van een halve meter bier.

De vergadering kon weer verdergaan toen Jorn’s jaargenoot Fokke binnenkwam. Aangezien de meeste leden op dat moment de gevolgen van alcohol begonnen te voelen werd er besloten dat Fokke maar moest gaan notuleren. Dit begon al top doordat de oud-Journaelscrivère ook een fles ice had verstopt tussen de notulen. Fokke kreeg het echter, voor de verandering, voor elkaar om iets te kappen zonder Die Blauwe Bakke erbij te pakken. De interim Vaermeester zag de leden niet meer door de stapel moties die  voor hem waren verschenen. Om deze reden besloot hij de heren Van Dijk en Braadbaart in te stellen om orde te creëren uit deze chaos. Om de een of andere reden gingen bijna alle moties over de incapabelheid van jaar ’18 waardoor zij zich genoodzaakt voelden Die Blauwe Bakke er deze keer wel bij te halen. Toen Steven van ’t Klooster (Ϯ) binnenkwam kon hij plaatsnemen als plaatsvervangend Gelaghmeester en ging hij de pizza’s regelen voor het avondeten.

Na de eetpauze kon het moment waar we allemaal op gewacht hebben eindelijk beginnen: de stemmingen voor het nieuwe bestuur. De vergadering was echter helemaal klaar met het incapabele plaatsvervangend bestuur bestaande uit jongerejaars dus werd er nog snel een motie ingediend die ervoor zorgde dat dhr. Tan “Supreme Leader” werd van het dispuut. Hij zou samen met zijn jaargenoten ervoor gaan zorgen dat de wissel zo efficiënt mogelijk zou verlopen.

Na 4,2 uur waren we eindelijk klaar met alle stemmingen en kon het nieuwe bestuur geïnstalleerd worden. Dhr. Bosmans bleef in het bestuur maar zou in plaats van Journaelscrivère de functie van Vaermeester overnemen. Zijn vorige functie ging door zijn oude vriend dhr. Swinkels vertegenwoordigd worden. Dit bestuur werd compleet gemaakt door dhr. Keers die zich komend jaar gaat ontfermen over de financiën van het dispuut terwijl hij nog de flügeldopjes uit zijn haar probeert te halen. Dit had menig lid niet verwacht aangezien Jorn halverwege de avond niet meer uit z’n woorden kon komen en een powernapje had gedaan terwijl er gestemd werd. Ondanks de gezelligheid van de avond was er ook minder leuk nieuws. Dhr. Tan heeft een baan gevonden in Den Haag en zal ons daarom vanaf half april verlaten. Hiervoor heeft hij een flesje Champagne meegenomen die dhr. Klopping niet schappelijk in zijn eentje opdrinkt.

Namens het oud-bestuur wens ik jullie veel plezier komend jaar. Moge jullie de Schuyt naar nog beter water loodsen.

Hi!

Thijmen

21-diner heer Van der Heijden

Op 18 maart jongstleden toog het (bijna) voltallig dispuut naar Veldhoven, alwaar zij die avond het licht uit de ogen zou pilsen. Aan het begin van de middag was het echter nog niet duidelijk dat het voor met name de heer Roijmans een bijzonder groot feest zou worden.

Daar de vader dez huizes vorig jaar al geleerd had van zijn naamgenoot, besloot hij dat het dispuut die avond zou verblijven in een hotel ver weg van de bewoonde wereld. De dispuutsleden deponeerden aldus hun bagage in Conference Centre Koningshof alvorens zij afreisden naar Kasteel Van der Heijden.

In Kasteel Van der Heijden werd het 21-diner van de e.t. Vaermeester gevierd. Hoewel de rikketik van laatstgenoemde de week daarvoor roet in het eten leek te gooien, toonde Mr. Spaghetti zich mans genoeg. Het was namelijk zo dat Van der Heijden de week voorafgaand aan zijn ontzettende diner, net als de heer Koppel, dolgraag de binnenmuren van het TweeSteden Ziekenhuis wilde aanschouwen. Of het nou de opwindende zusters of de apathische patiënten waren; het lukte hem. Gelukkig bewees de heer Braadbaart het meest zorgzame lid te zijn om Van der Heijden daarheen te manouevreren. Een tweetal dagen later werd de hoofdpersoon van dit epistel gelukkig ontslagen en, met in zijn linkerhand een grote knuffelbeer (nee, niet jij Jeroen) en in zijn rechterhand een minionheliumballon (nee, niet jij Dennis), verliet hij het ziekenhuis.

De goede zorgen van de heer Braadbaart waren de gastheer en -dame dan ook niet niet ontgaan. Met luid gejuich werd de Gelaghmeester onthaald en met een groot glas champagne werd de avond afgetrapt. Rob en Linda bleken niet enkel gigantische wijnkenners en -schenkers, ook qua culinaria werd het dispuut bijzonder goed verwend. Het eten was zeer, maar dan ook zeer goed en de persoonlijke verhalen waren zelfs beter. Rob toverde verhalen uit de oude doos en hij vertelde over de mooie jeugd van ‘kleine Luc’. Hierna was het de taak aan de h.t. Vaermeester om zijn voorganger anaal te vernederen met flink wat veren. Met een voorbereid woordje kreeg de Vaermeester de lachers op zijn hand. Ook de kortdurige ziekenhuisopname had uiteraard een plaats binnen dit verhaal. Met de nauwkeurig uitgekozen persoonlijke gift (een gepersonaliseerde whiskykaraf voorzien van het dispuutswapen) werd het hoofdgerecht afgesloten. Opmerking verdient dat de heer Helmons zich weer legendarisch onsterfelijk maakte met zijn geveinsde kennis van wijn. Dat de wijn zowel bloemig, soepel, fruitig, kruidig als rond was, leek de gastheer niet veel uit te maken. De heren Van Dijk en Van Campenhout lachten zich echter een spreekwoordelijk dispuutspetje. Toen het zoveelste glas wijn achterover geslagen was, werd het toch echt tijd om ‘hét uitgaangsgebied van Veldhoven’ op te zoeken. Toen bleek dat Rob genoeg taxi’s voor de leden had geregeld, kon de avond eigenlijk al niet meer stuk.

Aangekomen in de grootste ballentent van Veldhoven en omstreken, bleek dat het niet lang duurde voor de moeder van Luc haar opwachting maakte. Deze gezellige blonde Brabantse stal bij binnenkomst de harten van de leden. Met gigantisch veel enthousiasme maakte zij haar entree bij toko Saint Tropez. Toen de Vaermeester haar een glas bier in de hand duwde en de heer Roijmans onderwijl aanving met zijn MILF-queeste was het feest pas écht ‘aan’. Aangestaard door mannen die aan hun derde leg bezig waren, vrouwen die een nieuwe rijke tatta aan de haak wilden slaan en een willekeurig andere aanwezige, dansten de leden stuk voor stuk met ‘ons mam’. Wat niet iedereen in de gaten leek te hebben, was dat de heer Roijmans met heel andere zaken bezig was. Stuk voor stuk joeg deze knaap op ‘belegen hertjes’ die bij het horen van zijn leeftijd stijl achterover vielen. Toen bleek dat deze manier van bewusteloze vrouwen ‘regelen’ succesvol was, waagde de heer Bruijn zich aan op een uitgezakte ree.  Aan de ‘wijze mannentafel’ werd onderwijl druk gemext en via de plaatselijke DJ regelde de heer Van Campenhout uiteindelijk dat de heer Van der Heijden een mooi woordje kon doen. ‘Lieve mensen van Veldhoven…’ is bij dezen een quote voor onze almanak. Nadat het dispuut haar prachtige lied zong, was het tijd om te gaan. Zoals het een echte moeder betaamd, kregen de leden stuk voor stuk een persoonlijke levensles en een knuffel van ‘ons mam’. De heer Koppel zou het later toch echt wel allemaal gaan maken, de heer Roijmans zou een echte MILF aan de haak slaan, de heer Van Campenhout was een ‘lekkere lange Groninger die het allemaal voor elkaar had’, de heer Tan ‘gaf kleur aan het dispuut’ (triggered), de heer Raat was ‘maar een vreemd menneke’ en de heer Braadbaart bleef ‘haar lieve engeltje’. Wat deze aimabele dame voor de overige leden in petto had, is ondergetekende reeds vergeten, maar het zal ongetwijfeld positief zijn.

Met de taxi werd de terugrit naar het hotel ingezet, alwaar een grote homo-erotische party plaatsvond op een niet nader te noemen kamer. De ‘wijze kamer’ met daarin de meest wijze leden (u weet wel wie) bleek als eerste stil, de klooienkamer werd voorzien van niet nader te noemen lichaamssappen en de twattenkamer was logischerwijs twatterig. Enfin, een avond om nooit te vergeten, zolang dat door de alcohol die avond al niet gebeurd was.

Dat de dag erna een groep lijkbleke jongens, rechtstreeks weggelopen van de set van The Walking Dead, aan de ontbijttafel zat, was dan ook niet vreemd te noemen.

Het dispuut kijkt terug op een fantastische avond. In het bijzonder worden de gastheer en -dame bedankt voor de heerlijke maaltijd en de gastvrijheid en wordt ‘ons mam’ bedankt voor ontzettende Brabantse gezelligheid.

Bekijk de foto’s hier.

 

Kandidaat-leden stellen zich voor…

Op 13 oktober jongstleden hamerde de Vaermeester een drietal kandidaat-leden in. In onderstaand bericht stellen zij zich voor.

Martin Bruijn:
Wat vindt Martin Bruijn, een 19 jaar jonge vent uit Wassenaar, nou belangrijk? Good food, good drinks and good company. Bij mij staan respect en discipline centraal, waarvan het belang is bijgeleerd tijdens een ruim decennium training in judo. Binnen dispuut Die Blauwe Schuite kijk ik er naar uit om mijn bijdrage te leveren door te organiseren en te communiceren. Zo zal ik vaak op de kroeg te vinden zijn met een brede lach en altijd mijn steentje bijdragen aan de collectieve vreugde. Hiernaast hoop ik nog beter te mogen leren om leiding te geven, om verhalen te kunnen vertellen en om goudgele rakkers te kappen. Hoe dan ook zal ik er voor zorgen dat mijn jaren bij Olof en hopelijk bij dispuut Die Blauwe Schuite niet alleen voor mij, maar ook voor mijn kameraden legendarisch zullen zijn!

Jorn Keers:
Op zaterdag 9 november 1996 ben ik in Zeewolde geboren. Totdat ik naar Tilburg verhuisde om te studeren heb ik altijd in dit kleine dorpje in Flevoland gewoond. In Zeewolde is het dan ook dat ik vanaf mijn 6e altijd fanatiek heb gehockeyd. Omdat het dorp te klein is voor een middelbare school met een bovenbouw VWO, moest ik hiervoor naar de andere kant van het meer fietsen. Daar in Harderwijk heb ik mijn VWO diploma met een natuur gericht vakkenpakket gehaald. Ondanks dit vakkenpakket heb ik toch gekozen voor de studie Fiscale Economie omdat dit het meet aansluit bij mijn interesses. De keuze voor Tilburg was snel gemaakt, daar is deze opleiding nou eenmaal het beste. Nu een paar maanden na het begin van mij studie heb ik geen spijt van de keuze voor Tilburg. Ik heb het hier erg naar mijn zin, zowel op de universiteit als op Olof.

Luuk Maathuis:
Ik kom uit Beuningen wat een (relatief) klein dorp naast Nijmegen is. Ik heb twee zussen die net als ik in Tilburg zijn gaan studeren. Ik studeer IBA, net als mijn oudste zus. Ik heb in mijn leven erg veel gehockeyd en getennist en dit was iets waar ik erg van hield. Het afgelopen jaar heb ik het een beetje verwaarloost maar ik wil er weer heel graag aan beginnen wanneer ik er weer tijd voor heb. Een andere hobby van mij is uitgaan wat ik sinds ik ben begonnen met studeren, wat twee maanden geleden is, al vaak genoeg heb kunnen doen. Mijzelf beschrijven vind ik altijd moeilijk dus ik neem aan dat wat andere door de jaren over mij gezegd hebben wel redelijk accuraat zal zijn. Een ding dat ik heb gehoord is dat ik erg open ben. Daarmee bedoel ik dat ik vaak vertel wat ik vind, een sterke mening heb die ik altijd snel form en sterk verdedig dus soms ook wel licht koppig ben. Ik ben ook een behulpzaam persoon die andere graag helpt wanneer ze zelf ergens moeite mee hebben. Mijn streven en ambitie is om altijd mezelf te blijven en trouw te blijven aan waarin ik geloof.

Dispensatiedag III

Op vrijdag 7 oktober vond de finale dispensatiedag plaats. In een tweetal zelfbewegers vond het dispuut haar weg naar de Hofstad. Autootje 1 (‘Vo voor autootje 1) nam uiteraard de leiding, niet in de laatste plaats vanwege het feit dat onze zeer gewaardeerde Vaermeester, alsmede Lustrumvaermeester de plaatsen voorin hadden geconfisqueerd. Onder goedkeurend oog van de dispuutsopa (linksachterin, want Denna is klein) werd de leiding genomen op autootje 2 (Anti’Vo voor autootje 2). Deze leiding raakte autootje 1 uiteraard niet meer kwijt. Ook niet toen de blazen geledigd dienden te worden op een willekeurige achenebbesje parkeerhaven nabij de rijksweg. Om 19:43 uur (slecht geregeld) belde het dispuut aan bij het zeer gewaardeerd oud-lid Sirks, die ons verwelkomde met bier, borrelnoten, pizza, maar vooral goede verhalen. De verhalen werden kracht bijgezet door de talloze foto’s die het appartement rijk is. Ondertussen stond ‘Heel Holland Bakt Er Niets Van’ (Nederland – Wit-Rusland) aan op de televee. Na dit intermezzo werd de weg per tram vervolgd naar het Rijswijkseplein, waar de Haagse Toren opdoemde in de avondlucht. Dit 42 verdiepingen (neen, geen dichtgetikte grap maar waarheid) tellende gebouw was de volgende tussenstop op deze bijzondere dag. Na ons toegang verschaft te hebben tot het penthouse op de bovenste verdieping, ontmoetten wij de andere zeer gewaardeerde oud-leden de heren Remie, Van Kessel en Kamp. Ook lid Broeders bleek present. Het uitzicht voor sommige leden was fenomenaal, niet alleen omdat zij tegenover de heer Van Campenhout zaten, maar ook omdat achter zijn brede schouders de Hofstad in slaap dommelde en het nachtleven zichtbaar werd. Na de classic foto’s geschoten te hebben (veel selfies, u weet het) vervolgde het dispuut lopend haar weg naar het centrum. De heer Sirks had hier geen trek in (‘Ik ben geen dier, ik ga niet lopen’) en onttrok zich met de heer Remie, de Vaermeester en de dispuutsopa aan het gezelschap. Een virtuele boodschap naar ‘Uber’ bleek genoeg om plaats te nemen in een Mercedes-Benz E Klasse om de overige (oud-)leden van het dispuut voorbij te scheuren. Aangekomen op de volgende locatie (Huppel The Pub) klonken en dronken de heren gevieren een aantal glazen, totdat de rest arriveerde. Met een vertraging van 19,42 minuten werd de avond voortgezet. Op aanraden van de heer Van Kessel was dit het moment het bier in te ruilen voor whisky. Dit bleek niet voor iedereen welgevallig. Met name de Vaermeester en genodigde Bruijn hadden moeite hun pizza niet omhoog te laten komen. Dit bleek echter een slechte voorbode voor later. Café Huppel The Pub achter zich latend, liep het dispuut verder naar een der donkerste stegen van Den Haag. In de meest louche tent die ondergetekende ooit gezien heeft (en dat zijn er weinig, weest u niet bang), werd de volgende stap gezet. Alhier, in de Thai Princess, zetten de genodigden hun eerste schreden op weg naar roem en faam. In een prachtig duet zongen de heren Bruijn en Maathuis ‘Angels’ van Robbie Williams. Het zingen van een tweede liedje werd helaas ontnomen door een kale, dikke, vrouwelijke Chinees (ik zei u reeds: ‘louche’), daar het tijd was om te gaan. De dispuutsopa was weer even abuis (ouderdom, korsakov?), en zag het karaokeboek aan voor gastenboek. Op de voorkant staat zodoende nu “DBS 1942 ‘Vo”. Toen de toko dichtging, scheidden de wegen van de oude en nieuwe garde. Onderweg naar een voor het dispuut, en zeker voor de heren Van den Assem en de heer Koppel, bekende kroeg, raakten de Vaermeester en de heer Sirks aan de praat met een creools uitziende jongeman. Deze knaap vertelde vol trots dat hij behoorde tot een der neo-marxistische politieke partijen van Nederland. Deze opmerking was tegen het zere been van de heer Sirks, waarna een interessante discussie ontspon. Het feit dat de dispuutsopa het CDA ten berde bracht, bleek te werken als een rode lap. Na gesus van de Vaermeester werd de nachtelijke wandeling dan ook vervolgd.

Aangekomen bij de laatste halte van deze avond (niet voor autootje 1, waarover later meer), bleken de kap-aciteiten bepalend. De heren Sirks, Kamp, Tan en Roijmans (‘Vo voor het collegium) bleken niet alleen uitstekend te kunnen kappen, maar zeker ook radje te draaien. Vele flügel, boswandeling, dondersshot, Jäger (geen jager, geen neger) en baco verder, bleek de nacht vergevorderd. Waar de dispuutsopa en de heer Roijmans vooral genoten van de vrouwelijke aandacht, hadden de heren Koppel en Helmons meer aandacht voor hun cola en Sprite. Dankzij deze nuchtere heren konden wij echter later deze nacht veilig thuisgebracht worden. Toen ook het feest van Sinterklaas afgelopen was, moest het dispuut toch echt terug naar het Tilburgse. De heer Van Dijk wenste echter nog zijn maag te vullen, waardoor een toch echt laatste tussenstop bij een Turkse grillroom gewenst was. Toen laatstgenoemde echter de helft van de bestelling liet vallen, was het toch echt tijd om te gaan.

Waar op de heenweg eenieder nog wenste in autootje 1 te zitten, bleek hier op de terugweg weinig van over. De heer Maathuis had nog nooit gevomeerd van de drank, zo zei hij. Dat zijn vomeerontknaping deze avond moest zijn, was zodoende slechts een formaliteit. Als een volleerd coureur wist de Lustrumvaermeester vijfmaal(!) van de uiterste linkerbaan, naar de vluchtstrook te sturen. Het reduceren van de maximale snelheid naar 0 was voldoende om de genodigde te doen vomeren. Vijfmaal. Op de terugweg. Na de laatste dispensatiedag.

Mission accomplished.

Dispensatiedag II

Dinsdag 4 oktober vertrok het dispuut met het volledig aantal genodigden richting Oisterwijk. Op deze tweede dispensatiedag stond een zogenoemde escaperoom centraal. De escaperoom bleek gesitueerd in de voormalige Koninlijke Lederfabriek. Hier, aan de Almystraat 14, gonsde het jarenlang van de bedrijvigheid. Ooit was dit de grootste leerlooierij van Europa. Geen wonder dat deze geschiedenis het uitgangspunt was van het thema van de escaperoom. Verwelkomd door een blonde jongedame die menig lid (het hart sneller) deed kloppen, werd het dispuut een verhaal verteld. Het bleek dat de directeur plotsklaps de fabriek had verlaten zonder te zeggen waarheen hij was vertrokken. Aan het dispuut en de genodigden de schone taak uit te zoeken waar hij gebleven was. Nadat het dispuut een filmpje getoond werd, waar menig amateur natuurdocumentairemaker jaloers op zou zijn, begon het spel pas echt.

In de directiekamer bleken voldoende clues, raadsels en opdrachten te liggen die het dispuut verder brachten. De volkomen paniek, frustratie en gebrek aan zekerheid deden een aantal leden echter verstijven. Zo onttrok de heer Koppel zich aan het gedruis door zich te kleden met alle losse voorwerpen in de ruimte. Volledig onherkenbaar liep hij op enig moment door de ruimte voorzien van een viertal brilen, een tweetal hoeden, drie jassen en 12 paar schoenen. Dat deze modediva meer gericht was op zijn uiterlijk dan op het spel, bleek later. Wat het dispuut niet wist, was dat de eerder genoemde blonde jongedame met het spel kon meekijken via camerabeelden en een ‘confrontatiespiegel’. In de periode van het aankleden van de heer Koppel, bleek hij zesentwintigmaal in deze spiegel gekeken te hebben. Niet wetende dat hij hiermee de dame recht in de ogen aankeek. Toen dan ook op enig moment een paardengehinnik achter de spiegel op te merken viel, was het dispuut enig moment verdwaasd. Ondertussen gooiden de heer Maathuis en de heer Van Dinten hoge ogen met de vertaling van Italiaanse proza welke een nieuwe aanwijzing opleverde. Dat de opa van het dispuut niet exact wist hoe de moderne afstandsbedieningen voor het licht en de ventilator werkte, zorgde ook voor de nodige hilariteit, daar het meermalen voorkwam dat het dispuut in een donkere kamer te werk ging. De praktische benadering van ter beschikking gesteld gereedschap ging de heer Raat niet af. Het enkele feit dat hij het gereedschap diende om te draaien in zowel horizontale als verticale richting ging zijn econometrische goofyhoofd te boven. Gelukkig konden de opa (oud-hbo) en de Journaelscrive (thans hbo) deze opdracht op praktische en pragmatische wijze oplossen, waardoor het spel bijna ten einde kwam. Ondertussen tikte de klok steeds verder door en nam de te spelen tijd steeds verder af. Na een aantal tips en tricks van de blonde jongedame werd de cijfercode van de directeurskluis gevonden. In allerijl haastte het dispuut zich naar de kluis, waar zij de roestige sleutel van de uitgang vonden. Met trillende handjes opende de opa van het dispuut de deur, waarna wij vrij waren. Een ontzettend feestgedruis brak los. De blonde jongedame had dit nog nooit meegemaakt zei ze. Op dit moment deed ze uit de doeken dat ze daadwerkelijk geturfd had hoe vaak de heer Koppel zichzelf in de spiegel had bekeken terwijl hij zijn ‘aardbeienblonde’ lokken opzij schoof. Toen duidelijk werd dat het dispuut de escaperoom binnen 42 minuten (oprecht geen grap) had ‘geklaard’, braken de leden de tent af.

Teruggekomen in Tilburg stond goede drank te wachten. De leden en genodigden speelden de avond en nacht weg in het pokerspel. Inzet: een goede fles dispuutsdrank. Toen ook het pokerspel gespeeld was, werd de avond voortgezet in het centrum van het Tilburgse.

Het werd avond en het werd morgen; de tweede dispensatiedag.

 

escaperoom

Koehandel en dispensatiedag I

Na een geslaagde kleptijd waarin het dispuut kon kennismaken met de vers geïnaugeerde corpsleden, stond de zogenoemde ‘koehandel’ centraal. Waar een niet nader te noemen vereniging  casu quo ‘abonnementenclubje’ het hele jaar handelt in varkens, zwijnen en biggen, hanteert Olof eens per jaar een braspartij waar gebrast kan worden om de potentiële nieuwe leden voor het dispuut. Deze koehandel biedt niet enkel een goede indruk wie het sterkst is van een dispuut, maar biedt evenzeer een goede indruk welke ‘klooi’ het meest gewild is. Een commissie van oude, grijze mannen met evengrijze en evenoude baarden, bepaalde namens het dispuut dat een viertal corpsleden nader mocht kennismaken met het illuster dispuut Die Blauwe Schuite. Op het moment dat een der klooien, welke op ‘het verlanglijstje’ stond, werd gegrepen door zowel dispuut Hunky Dooly, ADAT en Odin, ontketende zich een waar spektakel waar de nodige jasjes gesneuveld zijn. Toen de Vaermeester op laffe wijze achterover getrokken werd aan zijn kraag door een niet nader te noemen laffe (a)rat, greep de opa van Die Blauwe Schuite in. Met een ferme zwaai legde hij eerder genoemde (a)rat op de houten vloer van de sociëteit en bood hij hem, zoals het een heer betaamd, een bak bier aan. Niet alleen was hiermee de zo gewenste klooi binnen, maar was ook de lucht geklaard tussen beide corpsleden.

De ‘KlepCie-koningen’ hadden een mooi programma bedacht voor de dispensatiedagen. In nauw overleg met oud-leden werd een bijzondere week voorgeschoteld. Op 2 oktober bezocht het dispuut met een drietal genodigden het prachtig, maar ver, gelegen Maastricht. Op deze mooie nazomer-, begin herfstdag werden we verwelkomd door ‘D’n Ben’ Roger Castermans in hotel In Den Hoof. Na de verhalen van de leden dat zij met zeven man in een Fiat Punto de heuvelachtige wegen van Maastricht hadden getrotseerd, een kleine kennismaking met ‘de waard en gastheer’ en een introductie van de genodigden, stapte het dispuut op de fiets. Met name de heer Raat kon zich goed uitleven in het mediterraans aandoende landschap. Geen wonder, daar het in Burgerbrug (zijn bakermat) even kaal en leeg is als zijn terugtrekkende haargrens. De heer Raat daagde menig lid dan ook uit voor een wedstrijdje snelrijden, snelvallen en snelopstaan, welke gewonnen leek te worden door een der genodigden: de heer Keers. Op het onderdeel snelvallen werd de heer Van Dijk echter uitgeroepen tot kampioen. Dat de fietstocht werd gecombineerd met een kroegentocht had hier wellicht invloed op. De leeden vermaakten zich opperbest toen de kilometers de kroegjes steeds sneller leken af te wisselen. Ook oud-lid Castermans vermaakte zich opperbest, helemaal toen bleek dat hij het fitste bleek van het gehele dispuut. Minstens 19,42 seconden afstand hield hij op het peloton. Deze afstand bleek voor de Vaermeester en de Lustrumvaermeester onoverbrugbaar. Zij sloegen verkeerd af en kwamen daardoor bijna te laat op de goed georganiseerde barbecue op de manege van Cadier en Keer. De Lustrumvaermeester liet hierom later zelfs meerdere tranen. Dat het dispuut  buiten de ringbaan verkeerde, werd nu pas echt duidelijk. Het buitenlands aandoende accent maakte het dispuut in verwarring. Helemaal toen bleek dat de koteletten ‘korte metten’ werden genoemd en worst ‘wuurssssssjjj’. Gelukkig trad Rogers vriendin op als tolk, waardoor het dispuut kon genieten van een welverdiend maal.

Eerder die middag gooide de heer Bruijn hoge ogen met zijn anekdote over ridderlijkheid. Hoewel hij door ‘d’n Ben’ op ’t plateau gezet werd om zijn verhaal te doen, ging dit onze gast goed af. Ook de heer Maathuis was gediend van goed repliek. Dat de heren niet alleen rap van tong waren, bleek toen de  Cauberg fluitend werd bedwongen. Dit hoogtepunt (padumm-tsss) bleek de opmaat naar het huiswaarts keren.

Teruggekomen in Mosae Trajectum werd de avond afgesloten in ‘De Poshoorn’. Een bijzonder plekje op deze bijzondere dag.

Het dispuut dankt de heer Castermans voor zijn organisatorische talenten, zijn vriendin voor de ondersteuning op de manege en de waard van In den Hoof voor de goedverzorgde dag.

 

Kleptijd kent geen tijd

Op zondag 27 september begon voor de eerstejaars corpsleden de kleptijd. Deze tijd waarin kennismaking met de disputen van Olof centraal staat, duurde tot afgelopen dinsdag. Iedere avond wist een aantal leden hun weg naar het huis van de Vaermeester en Lustrumvaermeester te vinden, alwaar de heer Van Dijk zijn kookkunsten vertoonde.  Van Dijks culinaire uitspattingen in combinatie met goudgele vrinden uit blauw-witte flesjes bleek een ‘golden’ combinatie. Al gauw vertelde de verse eerstejaars leden ronduit over hun ontgroening, hun stiekeme ‘crush’ op ‘mevrouw de Introductiecommissaris mevrouw Schreurs’, de zuurheid van ‘meneer Geven’ en hoe vaak zij naar ‘het AZC’ gestuurd waren. Het eten bleek een goede bodem voor wat hen later die avond te wachten zou staan. Na van de dis genoten te hebben, werden de eerstejaars naar Asgard gebracht, vanwaar zij hun wegen naar de disputen die Olof rijk is, vonden.

Daar het dispuut tot op heden geen dispuutshuis tot haar beschikking heeft, werd gedurende de kleptijd uitgeweken naar Café Joris aan het Piusplein. De ideale tussenstop voor menig eerstejaars. Kenmerkend was de interesse en kennis van velen respectievelijk voor en over het dispuut. Sommigen wisten te vertellen dat zij het schild hadden zien hangen en anderen wisten dat het dispuut dit jaar officieel erkend is in haar oude anciënniteit.  De meegekomen oud-leden Van Vugt en Sirks raakten hiervan zeer gecharmeerd

Onder goedkeurend, toeziend oog van Olofs oud-lid Joris werden flink wat bakken gekapt, waarna zij hun weg vervolgden naar ‘zijn’ dispuut Hunky Dooly. Zoals u wellicht weet zijn de heren van Hunky Dooly fantastische gastheren die gedurende klepdagen zorg dragen voor fantastisch eten en voldoende drank. Met name over laatstgenoemde kan de heer Van Campenhout meepraten, daar bij ieder bezoek aan de Korvel, waarbij de eerstejaars door hem werden afgeleverd, een ruim glas jenever voor hem werd ingeschonken. Na een aantal kleprondes bleken de Bokma’s een stuk beter te smaken dan de eerste. Terwijl de heer Van Campenhout de eerstejaars corpsleden wegbracht en getoetst werd door Hunky Dooly’s leden en Ol’Timers, vonden in Café Joris de gesprekken plaats. Gedurende het vorderen van de avond, raakten de leden steeds meer bekend met de lichting 2016. Dat dit jaar ook wel bekend staat als ‘Escalatiejaar’ realiseerde de heer Van Dijk met name op de laatste klepdag aan ‘den corporale, corpulente lijve’. Zo bleek hij bij terugkeer naar Olof het fietsen verleerd te zijn en vond hij zichzelf  deze avond geregeld terug in de bosjes. Dat hij een ‘wedstrijdje port kappen’ wist te winnen van een zeer gerespecteerd lid van Cartouche, valsspelen incluis, moest hij dan ook bekopen met een laffe anderhalve dag ontnuchteren. De andere leden gingen gedurende de kleptijd echter wél ‘steady’. Zelfs zo goed dat iedere avond door een flink gedeelte van het dispuut het zogenoemde ‘rondje bar’ gehaald werd. Dat, de voorheen ‘ik-ga-weg-zonder-te-groeten’, censor Roijmans hierbij aanwezig mocht zijn, was natuurlijk  de kers op de spreekwoordelijke taart.

Na een drietal dagen met weinig slaap en vele nieuwe indrukken, bereidt het dispuut zich voor op de Koehandel, waar gestreden zal worden om potentiële leden. Hierna volgen de dispensatiedagen waarover spoedig weer geschreven zal worden.

Pulinzuip Bob en EJ

Hoewel de alcohol nog lang niet uit de aderen was na het geslaagde 21-diner van de heer Helmons, toog het dispuut af naar Den Haag. In de Hofstad vond de zogenoemde pulinzuip plaats van de zeer gewaardeerde oud-leden Bob en EJ. Deze heugelijke en traditionele gebeurtenis trok oud-leden van heinde en verre  en zorgde voor een ongekende synergie. Later op de avond bleek deze onderlinge samenwerking goed van pas te komen toen de pullen ‘geklaard’ moesten worden. Na een warm welkom van de gastheer en diens vrouw werd de eerste fles dispuutsdrank soldaat gemaakt, nadat het ‘Drinckliedt’ geklonken had.

Het bezoek bood de ideale gelegenheid kennis te maken met de oud-leden en tradities van het dispuut. Zo wordt de pulinzuip beschouwd als een van de dispuutshoogtepunten, daar hierin alles samensmelt waarvoor Die Blauwe Schuite staat. Het sociale samenzijn, lekker en goed eten, elkander tarten en braveren en genieten van de verhalen van vroeger vonden plaats rondom de twee pullen die prominent in het midden geposteerd waren. De ene pul voor Bob de andere voor EJ. Van oudsher worden deze pullen aangeboden na de huwelijksvoltrekking van een (oud-)lid om nog eens terug te blikken op diens studentenleven. Daar op een huwelijksreceptie niet altijd genoeg ruimte, aandacht en behoefte is aan studentikoze corpspraat (casu quo corpsblaat), kiest het echtpaar een geschikter moment om de pul gezamenlijk nader te belichten. Niet in de laatste plaats om te zien hoe ambachtelijk en schoon de pullen zijn vorm gegeven door diens schepper. Gelukzalig genoeg wenste de heer Camiel Potters de traditie die zijn wijlen vader en buitengewoon lid van het dispuut stichtte , voort te zetten. De pullen waren zodoende, traditiegetrouw, voorzien van een drietal oren en een drietal afbeeldingen: één voor het dispuut, één voor het oud-lid en één voor diens levensgezel. Aan de hand van deze afbeeldingen bood de Vaermeester een kijkje in het dispuutsleven van beide heren. Gezien de diversiteit aan nationaliteiten van hen die aanwezig waren, besloot de Vaermeester dit in het Engels af te doen. Na zijn gestuntel realiseerde de Vaermeester dat hij beter kan drinken dan praten en besloot hij de pullen te laten rondgaan. De pullen, inmiddels gevuld met ruim tweeënhalve liter goudgeel vocht, gingen op anciënniteit rond en werden meerdere malen tot de bodem leeggedronken. Flink wat onverteerd leed bleek de kop op te steken toen jaargenoten elkander opstookten zo min mogelijk te drinken, opdat een ander hem tot de bodem móest opdrinken. Het is immers zo dat zij (individuen of ‘jaren’) die nog nooit aanwezig waren bij een pulinzuip de bodem moeten vinden, alleen of gezamenlijk. Op dit moment kwam het ogenblik van inauguratie voor sommigen erg goed van pas, hoewel de heer Sirks en de heer Tan hier over ongetwijfeld anders denken. De avond werd voorzien van een fantastische culinaire omlijsting: ganzenlever, tonijn, cappuccino van kreeft, en kalfsgehakt zijn hierbij slechts voorbeelden van hetgeen ons gelaafd heeft. Ongetwijfeld zullen ook de Haagse meeuwen zich nu nog te goed doen aan deze culinaria, daar een aantal leden de hoeveelheid drank en daarmee het eten niet aan kon. Gelukkig had de gastheer hiervoor een speciaal ‘vomeerhoekje’ achter in de tuin aangewezen.

Toen de meeste oud-leden weer in den lande verdwenen, hun burgerlijke leven opzoekende, besloot de gastheer ons van wat tips te voorzien. Zo wees hij ons op desolate, foute kroegen in Den Haag waar wij ons verdere geluk konden beproeven. Gelegenheden met namen als ‘De Pijpela’ en ‘Het Feest van Sinterklaas’ deden de harten van de leeden sneller kloppen. Na de gastheer en diens vrouw uitvoerig te hebben bedankt, reed het dispuut met een drietal taxibussen (een voor de leeden, een voor de dassen en een voor de jassen) naar het centrum van Den Haag. Tot in de vroege uren werd hier gefeest en gedronken in kroegen waar men het dispuut niet gauw meer terug zal zien. Daar voor sommigen de ‘haute cuisine’ van deze avond iets teveel van het goede was, besloot men terug te vallen op de klassieke ‘vette hap’. Hoewel Schuiters normaliter hun Turkse lekkernijen bij d’n Tropical halen, besloot de heer Koppel een net iets te oude, droge en uitgeleefde falafel van de straat te confisqueren. Waar overige leeden een dergelijk ‘belegen’ hapje driemaal rechts laten liggen, verkoos de heer Koppel een frontale orale aanval onder goedkeurend toeziend oog, dat nog nooit groter is gebleken dan zijn maag, van de heer Van Dijk. Met dit exotische uitstapje, wat overigens goed bij het ‘tropische’ thema van de avond paste, werd het bezoek aan Den Haag afgesloten. Een flinke ochtenddut op de stations Den Haag Centraal, Rotterdam Centraal en Breda zorgde voor voldoende energie om zondagochtend weer te arriveren in het Tilburgsche.

Pas bij thuiskomt drong de grootse geste van de pulinzuip bij de leden door: Bob en EJ hadden aangegeven geen cadeau te hoeven ontvangen. In plaats daarvan hadden zij de aanwezigen geadviseerd aan het dispuut bij te dragen. Een fantastisch gebaar waarvoor wij onze dank uitspreken. Deze onbaatzuchtigheid gecombineerd met de zonder einde kennende gulheid van de oud-leden zorgden voor een stuk minder kopzorgen. En dat was fijn na een avond waarop de drank rijkelijk gevloeid had en de slapen en hoofden deed bonzen.

Neem ook in het fotoalbum een kijkje voor een beeld (of meer) van de avond.

21-diner heer Helmons

Het bereiken van de ‘volwassen’ leeftijd is vrij eenvoudig: een kwestie van doorademen, goed eten en iedere dag weer wakker worden. Ook de heer Helmons heeft dit ervaren toen hij de respectabele leeftijd van 21 (0,5 * ‘Vo) mocht aantikken. Van drie voornoemde zaken is eten wellicht het best aan hem besteed. Hoewel zijn lichaamslengte anders doet vermoeden, is de heer Helmons verzot op goed, veel en lekker eten. De dürums die af en toe bij d’n Tropical gehaald worden ten spijt, maakt men deze smulpaap het meest blij met de zogeheten ‘haute cuisine’. Geen wonder dat hij en zijn eega laatst op bezoek gingen bij Jonnie en Therèse in Zwolle. Dat er lekker gegeten zou worden tijdens zijn 21-diner was dan ook geen verrassing meer te noemen. Het ontvangst in de patio van zijn ouderlijk huis werd opgefleurd met een goed glas prosecco en beschamende verhalen over vroeger. Toen iedereen aanwezig was, werd het diner geopend. Tijdens het tafelen, werd ons onder andere duidelijk waar de heer Helmons zijn geblaat geleerd heeft en waar zijn voorliefde voor goed eten ontstaan is. Iedere gang werd afgewisseld met een bijpassende wijn die de tongen steeds losser wist te maken. Het moment waarop de vader des huizes het hoofdgerecht koudpraatte, maakte menig lid emotioneel. Dit moment bleek inderdaad niet meer te overtreffen toen de Vaermeester zijn woordje hield. Een halfbakken poging veren diep in de heer Helmons te poneren, maakte geen indruk. Wat wel indruk maakte was een fantastische sarbreersabel die niet lang daarna aangeboden werd. De combinatie van scherpe woorden van deze advocaat in spe en de voorliefde voor wijn en mooie spullen, werd samengevat in dit geschenk. Hoewel het zwaard qua lengte meer leek op een speer voor de kleine Helmons, fonkelde zijn ogen fel. Helemaal toen bleek dat ‘Dispuut Die Blauwe Schuite’ fier gegraveerd stond. De avond werd afgesloten in hét uitgaangsgebied van Veldhoven: Zeelst. Hoe dit moet worden uitgesproken, wat dit nu precies is binnen de gemeente Veldhoven en wat voor mensen er wonen, weet niemand. Wat men wel weet, is dat de dames in Tilburg er stukken beter uitzien, het bier in Veldhoven goedkoper is en de gokkast verslavend. Waar de Vaermeester eerder de avond weinig munt kon slaan uit zijn woordje, bleek de gokkast hem beter gezind. Waarom hij kleingeld op zak had, was daarentegen een raadsel.  Toen de zon weer opkwam, ging een gedeelte ten onder in de jacuzzi om na te dromen over al hetgeen gebeurd was.

Het dispuut feliciteert de heer Helmons met zijn 21ste verjaardag en dankt diens ouders voor de gastvrijheid en chantabele verhalen. Neem ook in het fotoalbum een kijkje voor een beeld (of meer) van de avond.

In- en uitstroom collegium

Na een jaar lang keihard bakken doen, nam Khai Weng Tan gisteren afscheid als censor. Hoewel hij door menig oud-lid ‘Tapchinees’ genoemd werd, blijft het onze ‘Kim-Jung Vest’ of gewoon ‘Censor Khai’. Deze geel-blauwe ridder voorzag menig lid van een goudgele pretcilinder of ander Bacchanaal vocht. De verhalen van deze censor gaan de boeken in als ‘golden’. Voorbeelden hiervan zijn tal; geluidsopnames en foto’s in Whatsapp ook. Hoewel Khai nu eindelijk zijn welverdiende rust kan nemen, zal het wel wennen zijn.

Al vanaf het eerste moment zag ook Sjef Roijmans zich al staan met een vest. Hoewel hij aan de bar vrijwel nooit te vinden is (een ander betaalt toch wel), leek hij het achter de bar een stuk leuker te vinden. Als doek kon hij de kneepjes van het vak leren van onze Khai en ook de nachtelijke avonturen brachten hem nu al tot hogere punten dan menig eerstejaars. Gelukkig heeft het dispuut de foto’s nog…

Het dispuut bedankt Khai voor zijn inzet voor het Amber Bronzen Collegium Censorum Tavernae. Daarbij wenst het dispuut Sjef ontzettend veel plezier en succes komend verenigingsjaar. Want adt gaan is óók gaan!