Kleptijd kent geen tijd

Op zondag 27 september begon voor de eerstejaars corpsleden de kleptijd. Deze tijd waarin kennismaking met de disputen van Olof centraal staat, duurde tot afgelopen dinsdag. Iedere avond wist een aantal leden hun weg naar het huis van de Vaermeester en Lustrumvaermeester te vinden, alwaar de heer Van Dijk zijn kookkunsten vertoonde.  Van Dijks culinaire uitspattingen in combinatie met goudgele vrinden uit blauw-witte flesjes bleek een ‘golden’ combinatie. Al gauw vertelde de verse eerstejaars leden ronduit over hun ontgroening, hun stiekeme ‘crush’ op ‘mevrouw de Introductiecommissaris mevrouw Schreurs’, de zuurheid van ‘meneer Geven’ en hoe vaak zij naar ‘het AZC’ gestuurd waren. Het eten bleek een goede bodem voor wat hen later die avond te wachten zou staan. Na van de dis genoten te hebben, werden de eerstejaars naar Asgard gebracht, vanwaar zij hun wegen naar de disputen die Olof rijk is, vonden.

Daar het dispuut tot op heden geen dispuutshuis tot haar beschikking heeft, werd gedurende de kleptijd uitgeweken naar Café Joris aan het Piusplein. De ideale tussenstop voor menig eerstejaars. Kenmerkend was de interesse en kennis van velen respectievelijk voor en over het dispuut. Sommigen wisten te vertellen dat zij het schild hadden zien hangen en anderen wisten dat het dispuut dit jaar officieel erkend is in haar oude anciënniteit.  De meegekomen oud-leden Van Vugt en Sirks raakten hiervan zeer gecharmeerd

Onder goedkeurend, toeziend oog van Olofs oud-lid Joris werden flink wat bakken gekapt, waarna zij hun weg vervolgden naar ‘zijn’ dispuut Hunky Dooly. Zoals u wellicht weet zijn de heren van Hunky Dooly fantastische gastheren die gedurende klepdagen zorg dragen voor fantastisch eten en voldoende drank. Met name over laatstgenoemde kan de heer Van Campenhout meepraten, daar bij ieder bezoek aan de Korvel, waarbij de eerstejaars door hem werden afgeleverd, een ruim glas jenever voor hem werd ingeschonken. Na een aantal kleprondes bleken de Bokma’s een stuk beter te smaken dan de eerste. Terwijl de heer Van Campenhout de eerstejaars corpsleden wegbracht en getoetst werd door Hunky Dooly’s leden en Ol’Timers, vonden in Café Joris de gesprekken plaats. Gedurende het vorderen van de avond, raakten de leden steeds meer bekend met de lichting 2016. Dat dit jaar ook wel bekend staat als ‘Escalatiejaar’ realiseerde de heer Van Dijk met name op de laatste klepdag aan ‘den corporale, corpulente lijve’. Zo bleek hij bij terugkeer naar Olof het fietsen verleerd te zijn en vond hij zichzelf  deze avond geregeld terug in de bosjes. Dat hij een ‘wedstrijdje port kappen’ wist te winnen van een zeer gerespecteerd lid van Cartouche, valsspelen incluis, moest hij dan ook bekopen met een laffe anderhalve dag ontnuchteren. De andere leden gingen gedurende de kleptijd echter wél ‘steady’. Zelfs zo goed dat iedere avond door een flink gedeelte van het dispuut het zogenoemde ‘rondje bar’ gehaald werd. Dat, de voorheen ‘ik-ga-weg-zonder-te-groeten’, censor Roijmans hierbij aanwezig mocht zijn, was natuurlijk  de kers op de spreekwoordelijke taart.

Na een drietal dagen met weinig slaap en vele nieuwe indrukken, bereidt het dispuut zich voor op de Koehandel, waar gestreden zal worden om potentiële leden. Hierna volgen de dispensatiedagen waarover spoedig weer geschreven zal worden.

Pulinzuip Bob en EJ

Hoewel de alcohol nog lang niet uit de aderen was na het geslaagde 21-diner van de heer Helmons, toog het dispuut af naar Den Haag. In de Hofstad vond de zogenoemde pulinzuip plaats van de zeer gewaardeerde oud-leden Bob en EJ. Deze heugelijke en traditionele gebeurtenis trok oud-leden van heinde en verre  en zorgde voor een ongekende synergie. Later op de avond bleek deze onderlinge samenwerking goed van pas te komen toen de pullen ‘geklaard’ moesten worden. Na een warm welkom van de gastheer en diens vrouw werd de eerste fles dispuutsdrank soldaat gemaakt, nadat het ‘Drinckliedt’ geklonken had.

Het bezoek bood de ideale gelegenheid kennis te maken met de oud-leden en tradities van het dispuut. Zo wordt de pulinzuip beschouwd als een van de dispuutshoogtepunten, daar hierin alles samensmelt waarvoor Die Blauwe Schuite staat. Het sociale samenzijn, lekker en goed eten, elkander tarten en braveren en genieten van de verhalen van vroeger vonden plaats rondom de twee pullen die prominent in het midden geposteerd waren. De ene pul voor Bob de andere voor EJ. Van oudsher worden deze pullen aangeboden na de huwelijksvoltrekking van een (oud-)lid om nog eens terug te blikken op diens studentenleven. Daar op een huwelijksreceptie niet altijd genoeg ruimte, aandacht en behoefte is aan studentikoze corpspraat (casu quo corpsblaat), kiest het echtpaar een geschikter moment om de pul gezamenlijk nader te belichten. Niet in de laatste plaats om te zien hoe ambachtelijk en schoon de pullen zijn vorm gegeven door diens schepper. Gelukzalig genoeg wenste de heer Camiel Potters de traditie die zijn wijlen vader en buitengewoon lid van het dispuut stichtte , voort te zetten. De pullen waren zodoende, traditiegetrouw, voorzien van een drietal oren en een drietal afbeeldingen: één voor het dispuut, één voor het oud-lid en één voor diens levensgezel. Aan de hand van deze afbeeldingen bood de Vaermeester een kijkje in het dispuutsleven van beide heren. Gezien de diversiteit aan nationaliteiten van hen die aanwezig waren, besloot de Vaermeester dit in het Engels af te doen. Na zijn gestuntel realiseerde de Vaermeester dat hij beter kan drinken dan praten en besloot hij de pullen te laten rondgaan. De pullen, inmiddels gevuld met ruim tweeënhalve liter goudgeel vocht, gingen op anciënniteit rond en werden meerdere malen tot de bodem leeggedronken. Flink wat onverteerd leed bleek de kop op te steken toen jaargenoten elkander opstookten zo min mogelijk te drinken, opdat een ander hem tot de bodem móest opdrinken. Het is immers zo dat zij (individuen of ‘jaren’) die nog nooit aanwezig waren bij een pulinzuip de bodem moeten vinden, alleen of gezamenlijk. Op dit moment kwam het ogenblik van inauguratie voor sommigen erg goed van pas, hoewel de heer Sirks en de heer Tan hier over ongetwijfeld anders denken. De avond werd voorzien van een fantastische culinaire omlijsting: ganzenlever, tonijn, cappuccino van kreeft, en kalfsgehakt zijn hierbij slechts voorbeelden van hetgeen ons gelaafd heeft. Ongetwijfeld zullen ook de Haagse meeuwen zich nu nog te goed doen aan deze culinaria, daar een aantal leden de hoeveelheid drank en daarmee het eten niet aan kon. Gelukkig had de gastheer hiervoor een speciaal ‘vomeerhoekje’ achter in de tuin aangewezen.

Toen de meeste oud-leden weer in den lande verdwenen, hun burgerlijke leven opzoekende, besloot de gastheer ons van wat tips te voorzien. Zo wees hij ons op desolate, foute kroegen in Den Haag waar wij ons verdere geluk konden beproeven. Gelegenheden met namen als ‘De Pijpela’ en ‘Het Feest van Sinterklaas’ deden de harten van de leeden sneller kloppen. Na de gastheer en diens vrouw uitvoerig te hebben bedankt, reed het dispuut met een drietal taxibussen (een voor de leeden, een voor de dassen en een voor de jassen) naar het centrum van Den Haag. Tot in de vroege uren werd hier gefeest en gedronken in kroegen waar men het dispuut niet gauw meer terug zal zien. Daar voor sommigen de ‘haute cuisine’ van deze avond iets teveel van het goede was, besloot men terug te vallen op de klassieke ‘vette hap’. Hoewel Schuiters normaliter hun Turkse lekkernijen bij d’n Tropical halen, besloot de heer Koppel een net iets te oude, droge en uitgeleefde falafel van de straat te confisqueren. Waar overige leeden een dergelijk ‘belegen’ hapje driemaal rechts laten liggen, verkoos de heer Koppel een frontale orale aanval onder goedkeurend toeziend oog, dat nog nooit groter is gebleken dan zijn maag, van de heer Van Dijk. Met dit exotische uitstapje, wat overigens goed bij het ‘tropische’ thema van de avond paste, werd het bezoek aan Den Haag afgesloten. Een flinke ochtenddut op de stations Den Haag Centraal, Rotterdam Centraal en Breda zorgde voor voldoende energie om zondagochtend weer te arriveren in het Tilburgsche.

Pas bij thuiskomt drong de grootse geste van de pulinzuip bij de leden door: Bob en EJ hadden aangegeven geen cadeau te hoeven ontvangen. In plaats daarvan hadden zij de aanwezigen geadviseerd aan het dispuut bij te dragen. Een fantastisch gebaar waarvoor wij onze dank uitspreken. Deze onbaatzuchtigheid gecombineerd met de zonder einde kennende gulheid van de oud-leden zorgden voor een stuk minder kopzorgen. En dat was fijn na een avond waarop de drank rijkelijk gevloeid had en de slapen en hoofden deed bonzen.

Neem ook in het fotoalbum een kijkje voor een beeld (of meer) van de avond.

21-diner heer Helmons

Het bereiken van de ‘volwassen’ leeftijd is vrij eenvoudig: een kwestie van doorademen, goed eten en iedere dag weer wakker worden. Ook de heer Helmons heeft dit ervaren toen hij de respectabele leeftijd van 21 (0,5 * ‘Vo) mocht aantikken. Van drie voornoemde zaken is eten wellicht het best aan hem besteed. Hoewel zijn lichaamslengte anders doet vermoeden, is de heer Helmons verzot op goed, veel en lekker eten. De dürums die af en toe bij d’n Tropical gehaald worden ten spijt, maakt men deze smulpaap het meest blij met de zogeheten ‘haute cuisine’. Geen wonder dat hij en zijn eega laatst op bezoek gingen bij Jonnie en Therèse in Zwolle. Dat er lekker gegeten zou worden tijdens zijn 21-diner was dan ook geen verrassing meer te noemen. Het ontvangst in de patio van zijn ouderlijk huis werd opgefleurd met een goed glas prosecco en beschamende verhalen over vroeger. Toen iedereen aanwezig was, werd het diner geopend. Tijdens het tafelen, werd ons onder andere duidelijk waar de heer Helmons zijn geblaat geleerd heeft en waar zijn voorliefde voor goed eten ontstaan is. Iedere gang werd afgewisseld met een bijpassende wijn die de tongen steeds losser wist te maken. Het moment waarop de vader des huizes het hoofdgerecht koudpraatte, maakte menig lid emotioneel. Dit moment bleek inderdaad niet meer te overtreffen toen de Vaermeester zijn woordje hield. Een halfbakken poging veren diep in de heer Helmons te poneren, maakte geen indruk. Wat wel indruk maakte was een fantastische sarbreersabel die niet lang daarna aangeboden werd. De combinatie van scherpe woorden van deze advocaat in spe en de voorliefde voor wijn en mooie spullen, werd samengevat in dit geschenk. Hoewel het zwaard qua lengte meer leek op een speer voor de kleine Helmons, fonkelde zijn ogen fel. Helemaal toen bleek dat ‘Dispuut Die Blauwe Schuite’ fier gegraveerd stond. De avond werd afgesloten in hét uitgaangsgebied van Veldhoven: Zeelst. Hoe dit moet worden uitgesproken, wat dit nu precies is binnen de gemeente Veldhoven en wat voor mensen er wonen, weet niemand. Wat men wel weet, is dat de dames in Tilburg er stukken beter uitzien, het bier in Veldhoven goedkoper is en de gokkast verslavend. Waar de Vaermeester eerder de avond weinig munt kon slaan uit zijn woordje, bleek de gokkast hem beter gezind. Waarom hij kleingeld op zak had, was daarentegen een raadsel.  Toen de zon weer opkwam, ging een gedeelte ten onder in de jacuzzi om na te dromen over al hetgeen gebeurd was.

Het dispuut feliciteert de heer Helmons met zijn 21ste verjaardag en dankt diens ouders voor de gastvrijheid en chantabele verhalen. Neem ook in het fotoalbum een kijkje voor een beeld (of meer) van de avond.

In- en uitstroom collegium

Na een jaar lang keihard bakken doen, nam Khai Weng Tan gisteren afscheid als censor. Hoewel hij door menig oud-lid ‘Tapchinees’ genoemd werd, blijft het onze ‘Kim-Jung Vest’ of gewoon ‘Censor Khai’. Deze geel-blauwe ridder voorzag menig lid van een goudgele pretcilinder of ander Bacchanaal vocht. De verhalen van deze censor gaan de boeken in als ‘golden’. Voorbeelden hiervan zijn tal; geluidsopnames en foto’s in Whatsapp ook. Hoewel Khai nu eindelijk zijn welverdiende rust kan nemen, zal het wel wennen zijn.

Al vanaf het eerste moment zag ook Sjef Roijmans zich al staan met een vest. Hoewel hij aan de bar vrijwel nooit te vinden is (een ander betaalt toch wel), leek hij het achter de bar een stuk leuker te vinden. Als doek kon hij de kneepjes van het vak leren van onze Khai en ook de nachtelijke avonturen brachten hem nu al tot hogere punten dan menig eerstejaars. Gelukkig heeft het dispuut de foto’s nog…

Het dispuut bedankt Khai voor zijn inzet voor het Amber Bronzen Collegium Censorum Tavernae. Daarbij wenst het dispuut Sjef ontzettend veel plezier en succes komend verenigingsjaar. Want adt gaan is óók gaan!

Terug op de oude plek

Maandag 30 mei vond de laatste algemene ledenvergadering van dit verenigingsjaar plaats. Hoewel deze formele corpsbijeenkomst het gebruikelijke wel en wee van de vereniging wist te vertolken, draaide het deze avond echter maar om één zaak: de officiële erkenning van ons illuster dispuut. Voordat toegekomen werd aan dit belangrijke agendapunt, wisten oud-leden een fust bier aan te bieden. Dit bood een mooie gelegenheid de vergadering te schorsen en het kroegvolk te vermaken met verhalen van vroeger. Na de schorsing was het woord aan de Vaermeester. Het kroegvolk kon rekenen op een puike uiteenzetting van hetgeen Die Blauwe Schuite betekent en betekend heeft voor het Tilburgs Studenten Corps en de stad. Toen de Vaermeester besloot met het kenmerkende ‘Hi!’, was het woord aan de Praeses Senatus. Deze beaamde de woorden van de Vaermeester en moedigde het kroegvolk aan een weloverwogen keuze te maken aangaande de te bepalen anciënniteit van het dispuut. Hierbij werden de opdrachten die het dispuut de afgelopen maanden heeft uitgevoerd uitvoerig belicht. Na een besloten stemming bleek dat de corpsleden een keuze met hart en verstand hadden gemaakt.  Een luid gejuich en gestampvoet ging dan ook op toen bleek dat met een ruime meerderheid besloten was dat Dispuut Die Blauwe Schuite haar vertrouwde plek in de anciënniteit zou terugkrijgen. Dit was voor de oud-leden reden genoeg het kroegvolk de rest van de avond te voorzien van drank. Het feestgedruis ging nog tot in de vroege uren door op het sanctus alwaar het ‘Drinckliedt’ nog steeds resoneert.

 

Besturenborrel zeer geslaagd

Op woensdag 11 mei organiseerde het dispuut een besturenborrel voor alle dispuutsbesturen die het Tilburgs Studenten Corps rijk is. De borrel bleek, getuige de vele aanwezigen en de vele cadeaus, een groot succes. Het dispuut organiseerde deze borrel in het kader van de erkenningsopdrachten die de senaat eerder dit verenigingsjaar bij ALV aan het dispuut kenbaar maakte. De borrel bleek niet alleen voor het dispuut een mooie gelegenheid kennis te maken met de (nieuw geïnstalleerde) dispuutsbesturen, maar ook voor de disputen onderling. Het dispuut kijkt terug op een geslaagde borrel en ziet uit naar de Algemene Ledenvergadering van 30 mei aanstaande.