Dispensatiedag III

Op vrijdag 7 oktober vond de finale dispensatiedag plaats. In een tweetal zelfbewegers vond het dispuut haar weg naar de Hofstad. Autootje 1 (‘Vo voor autootje 1) nam uiteraard de leiding, niet in de laatste plaats vanwege het feit dat onze zeer gewaardeerde Vaermeester, alsmede Lustrumvaermeester de plaatsen voorin hadden geconfisqueerd. Onder goedkeurend oog van de dispuutsopa (linksachterin, want Denna is klein) werd de leiding genomen op autootje 2 (Anti’Vo voor autootje 2). Deze leiding raakte autootje 1 uiteraard niet meer kwijt. Ook niet toen de blazen geledigd dienden te worden op een willekeurige achenebbesje parkeerhaven nabij de rijksweg. Om 19:43 uur (slecht geregeld) belde het dispuut aan bij het zeer gewaardeerd oud-lid Sirks, die ons verwelkomde met bier, borrelnoten, pizza, maar vooral goede verhalen. De verhalen werden kracht bijgezet door de talloze foto’s die het appartement rijk is. Ondertussen stond ‘Heel Holland Bakt Er Niets Van’ (Nederland – Wit-Rusland) aan op de televee. Na dit intermezzo werd de weg per tram vervolgd naar het Rijswijkseplein, waar de Haagse Toren opdoemde in de avondlucht. Dit 42 verdiepingen (neen, geen dichtgetikte grap maar waarheid) tellende gebouw was de volgende tussenstop op deze bijzondere dag. Na ons toegang verschaft te hebben tot het penthouse op de bovenste verdieping, ontmoetten wij de andere zeer gewaardeerde oud-leden de heren Remie, Van Kessel en Kamp. Ook lid Broeders bleek present. Het uitzicht voor sommige leden was fenomenaal, niet alleen omdat zij tegenover de heer Van Campenhout zaten, maar ook omdat achter zijn brede schouders de Hofstad in slaap dommelde en het nachtleven zichtbaar werd. Na de classic foto’s geschoten te hebben (veel selfies, u weet het) vervolgde het dispuut lopend haar weg naar het centrum. De heer Sirks had hier geen trek in (‘Ik ben geen dier, ik ga niet lopen’) en onttrok zich met de heer Remie, de Vaermeester en de dispuutsopa aan het gezelschap. Een virtuele boodschap naar ‘Uber’ bleek genoeg om plaats te nemen in een Mercedes-Benz E Klasse om de overige (oud-)leden van het dispuut voorbij te scheuren. Aangekomen op de volgende locatie (Huppel The Pub) klonken en dronken de heren gevieren een aantal glazen, totdat de rest arriveerde. Met een vertraging van 19,42 minuten werd de avond voortgezet. Op aanraden van de heer Van Kessel was dit het moment het bier in te ruilen voor whisky. Dit bleek niet voor iedereen welgevallig. Met name de Vaermeester en genodigde Bruijn hadden moeite hun pizza niet omhoog te laten komen. Dit bleek echter een slechte voorbode voor later. Café Huppel The Pub achter zich latend, liep het dispuut verder naar een der donkerste stegen van Den Haag. In de meest louche tent die ondergetekende ooit gezien heeft (en dat zijn er weinig, weest u niet bang), werd de volgende stap gezet. Alhier, in de Thai Princess, zetten de genodigden hun eerste schreden op weg naar roem en faam. In een prachtig duet zongen de heren Bruijn en Maathuis ‘Angels’ van Robbie Williams. Het zingen van een tweede liedje werd helaas ontnomen door een kale, dikke, vrouwelijke Chinees (ik zei u reeds: ‘louche’), daar het tijd was om te gaan. De dispuutsopa was weer even abuis (ouderdom, korsakov?), en zag het karaokeboek aan voor gastenboek. Op de voorkant staat zodoende nu “DBS 1942 ‘Vo”. Toen de toko dichtging, scheidden de wegen van de oude en nieuwe garde. Onderweg naar een voor het dispuut, en zeker voor de heren Van den Assem en de heer Koppel, bekende kroeg, raakten de Vaermeester en de heer Sirks aan de praat met een creools uitziende jongeman. Deze knaap vertelde vol trots dat hij behoorde tot een der neo-marxistische politieke partijen van Nederland. Deze opmerking was tegen het zere been van de heer Sirks, waarna een interessante discussie ontspon. Het feit dat de dispuutsopa het CDA ten berde bracht, bleek te werken als een rode lap. Na gesus van de Vaermeester werd de nachtelijke wandeling dan ook vervolgd.

Aangekomen bij de laatste halte van deze avond (niet voor autootje 1, waarover later meer), bleken de kap-aciteiten bepalend. De heren Sirks, Kamp, Tan en Roijmans (‘Vo voor het collegium) bleken niet alleen uitstekend te kunnen kappen, maar zeker ook radje te draaien. Vele flügel, boswandeling, dondersshot, Jäger (geen jager, geen neger) en baco verder, bleek de nacht vergevorderd. Waar de dispuutsopa en de heer Roijmans vooral genoten van de vrouwelijke aandacht, hadden de heren Koppel en Helmons meer aandacht voor hun cola en Sprite. Dankzij deze nuchtere heren konden wij echter later deze nacht veilig thuisgebracht worden. Toen ook het feest van Sinterklaas afgelopen was, moest het dispuut toch echt terug naar het Tilburgse. De heer Van Dijk wenste echter nog zijn maag te vullen, waardoor een toch echt laatste tussenstop bij een Turkse grillroom gewenst was. Toen laatstgenoemde echter de helft van de bestelling liet vallen, was het toch echt tijd om te gaan.

Waar op de heenweg eenieder nog wenste in autootje 1 te zitten, bleek hier op de terugweg weinig van over. De heer Maathuis had nog nooit gevomeerd van de drank, zo zei hij. Dat zijn vomeerontknaping deze avond moest zijn, was zodoende slechts een formaliteit. Als een volleerd coureur wist de Lustrumvaermeester vijfmaal(!) van de uiterste linkerbaan, naar de vluchtstrook te sturen. Het reduceren van de maximale snelheid naar 0 was voldoende om de genodigde te doen vomeren. Vijfmaal. Op de terugweg. Na de laatste dispensatiedag.

Mission accomplished.