Koehandel en dispensatiedag I

Na een geslaagde kleptijd waarin het dispuut kon kennismaken met de vers geïnaugeerde corpsleden, stond de zogenoemde ‘koehandel’ centraal. Waar een niet nader te noemen vereniging  casu quo ‘abonnementenclubje’ het hele jaar handelt in varkens, zwijnen en biggen, hanteert Olof eens per jaar een braspartij waar gebrast kan worden om de potentiële nieuwe leden voor het dispuut. Deze koehandel biedt niet enkel een goede indruk wie het sterkst is van een dispuut, maar biedt evenzeer een goede indruk welke ‘klooi’ het meest gewild is. Een commissie van oude, grijze mannen met evengrijze en evenoude baarden, bepaalde namens het dispuut dat een viertal corpsleden nader mocht kennismaken met het illuster dispuut Die Blauwe Schuite. Op het moment dat een der klooien, welke op ‘het verlanglijstje’ stond, werd gegrepen door zowel dispuut Hunky Dooly, ADAT en Odin, ontketende zich een waar spektakel waar de nodige jasjes gesneuveld zijn. Toen de Vaermeester op laffe wijze achterover getrokken werd aan zijn kraag door een niet nader te noemen laffe (a)rat, greep de opa van Die Blauwe Schuite in. Met een ferme zwaai legde hij eerder genoemde (a)rat op de houten vloer van de sociëteit en bood hij hem, zoals het een heer betaamd, een bak bier aan. Niet alleen was hiermee de zo gewenste klooi binnen, maar was ook de lucht geklaard tussen beide corpsleden.

De ‘KlepCie-koningen’ hadden een mooi programma bedacht voor de dispensatiedagen. In nauw overleg met oud-leden werd een bijzondere week voorgeschoteld. Op 2 oktober bezocht het dispuut met een drietal genodigden het prachtig, maar ver, gelegen Maastricht. Op deze mooie nazomer-, begin herfstdag werden we verwelkomd door ‘D’n Ben’ Roger Castermans in hotel In Den Hoof. Na de verhalen van de leden dat zij met zeven man in een Fiat Punto de heuvelachtige wegen van Maastricht hadden getrotseerd, een kleine kennismaking met ‘de waard en gastheer’ en een introductie van de genodigden, stapte het dispuut op de fiets. Met name de heer Raat kon zich goed uitleven in het mediterraans aandoende landschap. Geen wonder, daar het in Burgerbrug (zijn bakermat) even kaal en leeg is als zijn terugtrekkende haargrens. De heer Raat daagde menig lid dan ook uit voor een wedstrijdje snelrijden, snelvallen en snelopstaan, welke gewonnen leek te worden door een der genodigden: de heer Keers. Op het onderdeel snelvallen werd de heer Van Dijk echter uitgeroepen tot kampioen. Dat de fietstocht werd gecombineerd met een kroegentocht had hier wellicht invloed op. De leeden vermaakten zich opperbest toen de kilometers de kroegjes steeds sneller leken af te wisselen. Ook oud-lid Castermans vermaakte zich opperbest, helemaal toen bleek dat hij het fitste bleek van het gehele dispuut. Minstens 19,42 seconden afstand hield hij op het peloton. Deze afstand bleek voor de Vaermeester en de Lustrumvaermeester onoverbrugbaar. Zij sloegen verkeerd af en kwamen daardoor bijna te laat op de goed georganiseerde barbecue op de manege van Cadier en Keer. De Lustrumvaermeester liet hierom later zelfs meerdere tranen. Dat het dispuut  buiten de ringbaan verkeerde, werd nu pas echt duidelijk. Het buitenlands aandoende accent maakte het dispuut in verwarring. Helemaal toen bleek dat de koteletten ‘korte metten’ werden genoemd en worst ‘wuurssssssjjj’. Gelukkig trad Rogers vriendin op als tolk, waardoor het dispuut kon genieten van een welverdiend maal.

Eerder die middag gooide de heer Bruijn hoge ogen met zijn anekdote over ridderlijkheid. Hoewel hij door ‘d’n Ben’ op ’t plateau gezet werd om zijn verhaal te doen, ging dit onze gast goed af. Ook de heer Maathuis was gediend van goed repliek. Dat de heren niet alleen rap van tong waren, bleek toen de  Cauberg fluitend werd bedwongen. Dit hoogtepunt (padumm-tsss) bleek de opmaat naar het huiswaarts keren.

Teruggekomen in Mosae Trajectum werd de avond afgesloten in ‘De Poshoorn’. Een bijzonder plekje op deze bijzondere dag.

Het dispuut dankt de heer Castermans voor zijn organisatorische talenten, zijn vriendin voor de ondersteuning op de manege en de waard van In den Hoof voor de goedverzorgde dag.